De Explorer is gemaakt om met een zonnesysteem te werken.

In de kuip zit een serpentin, hiervoor voorzien, waarop u de secundaire kring van het zonnestation aansluit (de glycol-oplossing mag niet door de serpentin in de kuip vloeien, want mocht er een lek zijn bestaat de kans op verontreiniging van het tapwater met glycol, dit is wettelijk verboden. De glycol uit de zonnepanelen moet dus eerst via de warmtewisselaar van het zonnestation lopen).


Wat de sturing betreft : dit betreft 2 verbindingen van zonnesysteem naar Explorer :

- 1 x 230 V met een signaal waarmee het zonnestation te kennen geeft dat hij warm water heeft en wil aanvoeren naar de Explorer (aansluiten op klem B1 & B2 - zie pg. 18 van de handleiding, ook in bijlage bij dit topic);

- 1 x een sonde waarmee het zonnestation de temperatuur van de kuip meet om te weten of er meer verwarmd moet worden (zie pg. 19 van de handleiding).


In de Explorer moet u dan programmeren dat een zonnesysteem is aangesloten, u moet ook een tijdsprogramma ingeven, waarna de Explorer regelt wanneer hij voorrang geeft aan het zonnestation / aan de warmtepomp / aan de elektrische weerstand van 1,8 kW (pg. 21 en verder).