Bij het installeren van een warmtepomp is het belangrijk om enkele regels nauwgezet in acht te nemen opdat de Atlantic-WP zijn gebruiker langdurig rendement en comfort bezorgt.


A) Het Pre-Salesgedeelte – Bepaling van het juiste vermogen - Projipac - EPB

De installatie van een warmtepomp staat synoniem voor besparingen, prestaties, nauwkeurigheid in het verbruik van primaire energie en een vooruitziende blik.

Bij de keuze van het apparaat moeten echter bepaalde basisregels in acht worden genomen. Deze worden hieronder besproken.

Bij elk nieuwbouw- of renovatieproject rijst op een bepaald moment de vraag: welk energiesysteem kiezen.

Als de keuze van een warmtepomp wordt overwogen, dan moet er worden nagedacht over de thermische prestaties van de gehele woning.

Een warmtepomp is inderdaad een zeer efficiënt warmteproductiesysteem, maar het maximale vermogen ervan is beperkt tot 16kW. Dit impliceert een totale en efficiënte isolatie van de woning.


1)

Bij nieuwbouw wordt deze keuze begeleid door de architect en de EPB-verslaggever die over de juiste tools beschikken.

Bij een renovatie is het raadzaam om een gekwalificeerde installateur en ook een EPB-verslaggever in te schakelen om tot de meest geschikte keuze te komen.


2)

Zodra de warmteverliezen van de woning gekend zijn en voordat het verwarmingssysteem wordt gekozen, is het nodig te bepalen welk type van warmteproductie men wenst (WP of verwarmingsketel of ander) omdat dit de keuze van het type compatibele afgiftetoestellen gaat bepalen.

Dit punt heeft betrekking op de temperatuur van de warmteproductie. Immers, hoe lager de temperatuur van het verwarmingswater, hoe energie-efficiënter het systeem, maar dit houdt in dat met compatibele systemen moet worden gewerkt.

Opdat een warmtepomp zo efficiënt mogelijk zou zijn, moet de temperatuur van het verwarmingswater zo laag mogelijk zijn.

Om de woning te verwarmen, richten we ons daarom op vloerverwarming, lage-temperatuur-radiatoren, ventiloconvectoren en elk ander systeem dat met een lage verwarmingswatertemperatuur kan werken.


3)

Zodra het vorige punt is afgerond en er voor vloerverwarming is gekozen, moet er een voorlopige berekening worden gemaakt bij een fabrikant.

Let er echter op dat de veiligheidsfactor van de fabrikant niet te hoog is omdat dit leidt tot overcapaciteit bij de berekening van de vloerverwarming en hogere hydraulische debieten.

Alleen de fabrikant van dit soort systeem kan immers het aantal collectoren, het aantal kringen en de daaruit voortvloeiende binnentemperaturen van de ruimtes, bepalen.

De fabrikant van de vloerverwarming bepaalt eveneens de hydraulische debieten die nodig zijn voor de goede werking van zijn systeem en informeert de klant ook over de daarmee samenhangende drukverliezen.

Het is essentieel de drukverliezen en de hydraulische debieten van het vloerverwarmingssysteem te kennen, Atlantic heeft dit nodig bij punt 4) wanneer de circulatiepomp voor de warmtepomp moet worden gekozen 

Als deze informatie niet bekend of onjuist is, kan de in punt 4) gekozen warmtepomp de woning niet goed verwarmen en ook te veel energie verbruiken.


4)

Zodra de punten 1), 2) & 4) gekend en afgerond zijn, kan de berekening en de bepaling van de WP gebeuren.

Het verdient altijd de voorkeur om bij een Projipac-studie ook het EPB-verslag te verstrekken als dit beschikbaar is.

Atlantic heeft het Projipac-programma ontwikkeld om de ideale warmtepomp te bepalen. De informatie die in de punten 1), 2) & 3) werd gevraagd, wordt ingevoerd en het programma bezorgt een voorstel voor een warmtepomp.

De keuze is altijd gebaseerd op de waarde van de seizoensgebonden COP die zo hoog mogelijk moet zijn.

Soms kan de exploitant ook een ander model voorstellen naargelang de realiteit ter plaatse die de software niet kan kennen.


5)

Aangezien het voorstel in punt 4) wordt gedaan, is het vervolg louter commercieel en een zaak voor de installateur, zijn distributeur en de particulier.


6)

Validatie hydraulisch schema 

Als het beoogde hydraulische schema voor het verwarmingssysteem dat aan de warmtepomp is gekoppeld, verschilt van het door Atlantic voorgestelde en gevalideerde schema, betekent dit dat de installatie buiten deze studie valt.

In dit geval is het sterk aan te bevelen om het hydraulisch schema door Atlantic te laten valideren, opdat de warmtepomp blijft werken, maar ook om zijn rendement te behouden.

Als er zich na verloop van tijd een probleem voordoet als gevolg van het niet naleven van de hydraulische voorschriften en er een oorzakelijk verband kan worden vastgesteld, dan bestaat het risico dat de garantie vervalt.


B) Correcte voorbereiding van de werf vóór de warmtepomp wordt aangesloten 


!!! Deze enkele tips vervangen niet de installatiehandleiding waarin alle instructies staan die moeten worden opgevolgd!!!


1) Plaatskeuze

Vóór de plaatsing moet zorgvuldig worden nagedacht over de plaats waar de buiten- en de binnenunit moeten komen.

De binnenunit moet op een plaats worden geïnstalleerd die goed toegankelijk is voor afregeling en onderhoud. Als het bovendien om een DUO-toestel gaat, moet de lengte van de warmwaterleidingen altijd zo kort mogelijk zijn.

De buitenunit kan op een muursteun tegen een gevel worden geplaatst (voor toestellen tot 10kW) ofwel op de grond of op een dak door middel van trillingdempende vloersteunen (zie bijgevoegde instructies).

Als er een muursteun werd voorzien, plaats deze dan bij voorkeur bij een hoek van de muur. Daar is de muur steviger en worden minder trillingen overgebracht. Buitenunits die op trillingdempende steunen staan, geven normaal gesproken zeer weinig resttrillingen door aan de muur.

Als er een vloersteun werd voorzien, moet er worden gezorgd voor ondersteuning (tegel of grindlaag) waarop een stevige verankering mogelijk is van de rubberen of PVC-trillingsdempers. De apparaten moeten stevig worden vastgezet (verankerd) om te voorkomen dat ze omvallen bij hevige wind.

De ideale installatieplaats voor de buitenunit biedt de mogelijkheid tot afvoer van het condenswater van het apparaat, zodat er geen afvoerkanaal en -goot moet worden geïnstalleerd.

Het is altijd interessant een zonnige en tegen de wind beschutte plaats te kiezen.

Als de gekozen locatie tussen twee huizen ligt, zorg dan voor een verticale luchtcirculatie en niet in de richting van het naastgelegen huis om nagalm te voorkomen.


2) Maximumlengte

De maximumlengte van de koelleidingen tussen binnen- en buitenunit hang af van het gekozen apparaat.

Er is ook een maximaal hoogteverschil dat niet mag worden overschreden.

Het niet in acht nemen van dit punt kan de levensduur van de compressor nadelig beïnvloeden.


3) Koelleidingen

Het verdient de voorkeur om de koelleidingen niet rechtstreeks in de chape te leggen maar om ze door een kabel- of wachtbuis type Caboflex te leiden.

Dit is om te voorkomen dat bij een eventuele herstelling later, de tegels en de chape moeten worden opengebroken.

Let erop dat de koelleidingen dicht blijven en indien mogelijk onder stikstofatmosfeer! De koelleidingen mogen in geen enkel geval aan een vochtige lucht worden blootgesteld.

Wanneer de koelleidingen worden gelegd maar pas na enkele maanden zullen worden aangesloten op de warmtepomp (typisch voor appartementsgebouwen), dan is het raadzaam ze niet te installeren en/of ze af te dichten en onder stikstofdruk te plaatsen.

Als de koelleidingen lange tijd aan een vochtige lucht werden blootgesteld, moet er een droogfilter op de koelleiding worden geplaatst en bovendien moet er bij de inbedrijfstelling van het apparaat veel langer worden vacuümgetrokken.  


4) Buitenvoeler






5) Vloerverwarming

De vloerverwarming wordt berekend door de fabrikant van het systeem en geplaatst door de installateur. Omdat er echt met lage temperaturen wordt gewerkt, is het noodzakelijk om de afstand tussen de buizen en de maximumlengte van de kringen te respecteren.

Het is van belang te weten hoeveel water het vloerverwarmingssysteem bevat, deze informatie is belangrijk voor de warmtepomp want als de waterinhoud te klein is, is het nodig een buffervat toe te voegen. Na de installatie moet het door de vloerverwarmingsfabrikant voorgeschreven maximumdebiet opnieuw worden gecontroleerd.  Het totale debiet mag het debiet van de warmtepomp niet overschrijden.



Houd er rekening mee dat steeds meer woningen zijn uitgerust met zoneventielen die de circulatie in de vloerverwarming onderbreken om de verwarmde zones te regelen.

Als alle zones warm zijn, zou dit betekenen dat het hydraulisch debiet voor 100% zou worden onderbroken, dit is geheel verboden omdat warmtepompen een nominaal debiet nodig hebben (met evenwel een tolerantie).

Afhankelijk van het type pomp (zie handleiding) varieert immers het nominaal debiet van het apparaat, maar het moet altijd tussen DT=4k & DT=8K liggen.

 --> Dit houdt in dat als de vloerverwarming is uitgerust met zoneventielen, het VERPLICHT is om een differentieelventiel of een bypass (A) te plaatsen of om een kring open te laten (B) die ervoor zorgt dat het debiet in het apparaat gehandhaafd blijft wanneer de ventielen sluiten.



Opmerking:

Veel fabrikanten van vloerverwarming nemen veiligheidsmarges bij het dimensioneren, dit resulteert in een ietwat krachtigere vloerverwarming, maar die bovenal een groter hydraulisch debiet heeft.

Het vermogen van de systemen moet correct worden bepaald om situaties te vermijden waar het vermogen van de vloerverwarming groter is dan het vermogen van de warmtepomp maar ook groter dan de warmteverliezen van de woning.

Deze situaties leiden tot te grote debieten voor de apparaten terwijl dit niet hoeft als de berekening correct is uitgevoerd.  

Vermogen = Debiet (m3/u) * 1,16 * DT (ongeveer 5K voor een WP) (°C)


6) Verwarming met lagetemperatuurradiatoren

De verwarming met lagetemperatuurradiatoren wordt berekend door de installateur met behulp van de selectietabellen van de fabrikant. Omdat er met lage temperaturen wordt gewerkt, is het essentieel om de juiste grootte van de radiatoren te respecteren.

Het is van belang te weten hoeveel water het verwarmingssysteem bevat, deze informatie is belangrijk voor de warmtepomp want als de waterinhoud te klein is, is het nodig een buffervat toe te voegen.

Let ook op onderstaand punt met betrekking tot thermostatische radiatorafsluiters. Er moet ook rekening mee worden gehouden dat het volume van de installatie verandert als de radiatorafsluiters gesloten zijn omdat er in dit geval slechts een zeer kleine hoeveelheid water in de installatie zit.




Opgelet: Momenteel zijn veel woningen die verwarmd worden met hoge-temperatuurradiatoren uitgerust met thermostatische radiatorafsluiters (mechanische & elektronische) om de verwarmde ruimtes te regelen.

Dit principe is zoveel mogelijk te vermijden met een warmtepomp, het gebruik van een ruimtevoeler om de verwarming te regelen heeft altijd de voorkeur.

Als de zones warm zijn, onderbreken de thermostatische afsluiters namelijk de circulatie in de radiatoren, dit is geheel verboden omdat warmtepompen een nominaal debiet nodig hebben (met evenwel een tolerantie).

Afhankelijk van het type pomp (zie handleiding) varieert het nominaal debiet van het apparaat, maar het moet altijd tussen DT=4k & DT=8K liggen.

--> Dit houdt in dat als de radiatoren uitgerust zijn met thermostatische afsluiters, het VERPLICHT is om een differentieelventiel of een bypass te plaatsen of om een kring open te laten (idem punt 4) die ervoor zorgt dat het debiet in het apparaat gehandhaafd blijft wanneer de ventielen sluiten.


7) Verwarming met ventiloconvectoren

De verwarming met ventiloconvectoren wordt berekend door de installateur met behulp van de selectietabellen van de fabrikant. Omdat er met lage temperaturen wordt gewerkt, is het essentieel om de juiste grootte van de ventiloconvectoren te respecteren.

Het is van belang te weten hoeveel water het verwarmingssysteem bevat, deze informatie is belangrijk voor de warmtepomp want als de waterinhoud te klein is, is het nodig een buffervat toe te voegen.

Ventiloconvectoren zijn een geval apart, omdat deze apparaten over het algemeen 1l water bevatten, zodat een buffervat bijna altijd nodig is.

Let ook op onderstaand punt met betrekking tot de afsluitkranen van de ventiloconvectoren. Er moet ook rekening mee worden gehouden dat het volume van de installatie verandert als de afsluitkranen van de ventiloconvectoren gesloten zijn omdat er in dit geval slechts een zeer kleine hoeveelheid water in de installatie zit.

De voorkeur gaat uit naar apparaten die permanent een vrije circulatie van het water toelaten.




Opgelet: Vele ventiloconvectoren zijn uitgerust met 2-wegventielen die de circulatie in het apparaat onderbreken om de verwarmde zones te regelen.

Deze apparaten moeten zoveel mogelijk worden vermeden in combinatie met een warmtepomp omdat het debiet constant moet worden gehouden. Als toch voor dit type apparaten wordt gekozen, moet het vervolg van deze tekst in acht worden genomen.

Omdat de ventiloconvectoren autonoom zijn op regelgebied, onderbreken de 2-wegventielen waarmee ze zijn uitgerust het debiet om de temperatuur te regelen wanneer de verwarmde zones hun ingestelde temperatuur bereiken. Dit is volledig verboden met warmtepompen omdat ze een nominaal debiet nodig hebben (met evenwel een tolerantie).

Afhankelijk van het type pomp (zie handleiding) varieert het nominaal debiet van het apparaat, maar het moet altijd tussen DT=4k & DT=8K liggen.

--> Dit houdt in dat als de ventiloconvectoren uitgerust zijn met afsluiters, het VERPLICHT is om een differentieelventiel of een bypass te plaatsen of om een kring open te laten (idem punt 4) die ervoor zorgt dat het debiet in het apparaat gehandhaafd blijft wanneer de ventielen sluiten.

Het is ook interessant om op te merken dat de kring van deze apparaten die autonoom zijn op het gebied van temperatuurregeling, niet met een ruimtevoeler moet worden uitgerust.

Atlantic heeft in haar catalogus een ventiloconvector zonder afsluiters met permanente circulatie: de panama Access (zie afbeelding hieronder)




5-6-7bis) Minimumvolume voor een installatie 

Atlantic adviseert en legt bepaalde minimale watervolumes op voor warmtepompen.

Hieronder vindt u een voorbeeld voor de Alféa Extensa.

Gelieve voor andere modellen de betreffende handleiding te raadplegen.

Het is noodzakelijk het minimale watervolume voor de installatie in acht te nemen. Als het watervolume te klein is, moet er een buffervat op de terugloop van de verwarmingskring worden geïnstalleerd. Als de installatie uitgerust is met (een) thermostatische afsluiter(s) moet u controleren of het minimale watervolume kan circuleren.



Minimumaantal liter water PER KRING (excl. WP)

WP

Verplicht Ventiloconvector

Aanbevolen        Radiatoren

Aanbevolen        Vloerverwarming/-koeling

Extensa (duo) 5

23

12

2

Extensa (duo) 6

23

12

2

Extensa (duo) 8

36

33

15

Extensa (duo) 10

49

44

22


8) Ruimtevoeler

Het gebruik van een ruimtevoeler wordt sterk aanbevolen bij de installatie van een warmtepomp.

Als algemene regel geldt dat er één voeler per verwarmingskring moet worden geplaatst, behalve voor kringen die zijn uitgerust met ventiloconvectoren.

Dankzij de ruimtevoeler kan de warmtepomp anticiperen op de temperatuurstijging in de ruimte en, indien nodig, zijn vermogen verminderen om de warmtepomp zo lang mogelijk te laten werken.

Bij gebruik van een warmtepomp altijd werken met de originele ruimtevoeler.

Om deze reden weigert Atlantic het gebruik van thermostaten (al dan niet ‘connected’) omdat een thermostaat de temperatuur niet doorgeeft aan het apparaat, maar simpelweg de verwarming uitschakelt zodra de kamertemperatuur is bereikt.

Dit resulteert in korte cycli van het apparaat en risico op te hoog elektriciteitsverbruik.


Dit geldt eveneens voor de nieuwe ‘connected’ Opentherm thermostaten. De Atlantic-toestellen mogen ENKEL werken met de originele Atlantic-ruimtevoelers! 


Ruimtevoeler

  • Zone met dynamische radiatoren of ventiloconvectoren.

Als de installatie is uitgerust met ventiloconvectoren/dynamische radiatoren geen ruimtevoeler gebruiken.

  • Zone met radiatoren of vloerverwarming.

Raadpleeg de montage-instructies op de verpakking van de voeler.

De voeler moet in de te regelen ruimte worden geïnstalleerd op een vrije muur en op een goed bereikbare plaats. Plaats de voeler niet in de buurt van warmtebronnen (schoorsteen, televisie, kookplaten, zon) en niet in de tocht (ventilatie, deur).

Door luchtdichtheidsfouten in gebouwen wordt er vaak koude lucht door de elektriciteitsbuizen geblazen. Dicht deze buizen af als er koude tocht arriveert aan de achterkant van de kamervoeler.


Positie ruimtevoeler


9) Elektrisch bord

A)

Bij de installatie van een warmtepomp is de elektrische kant zeer belangrijk. Onderschat de impact op de installatie niet omdat het aantal modules dat moet worden voorzien toeneemt en het kan zijn dat er een groter elektrisch bord moet worden voorzien dan oorspronkelijk was gepland.

De installatie-instructies van de warmtepompen bevatten alle nodige informatie per apparaat: kabelsecties, stroomonderbrekers, aantal leidingen, enz. ... Lees deze eerst grondig door vooraleer u de installatie van de WP aanvat.

Atlantic biedt voor elk WP-gamma twee varianten: met of zonder SWW. De modellen met SWW worden DUO genoemd.

Hierna vindt u een voorbeeld van de elektrische installatie van een WP Loria DUO. Zo ziet u hoeveel elektrische leidingen er moeten worden voorzien.

Het voorbeeld is facultatief. Aangezien onze producten Frans zijn, verwijzen de instructies naar de Franse elektrische norm. En elk land moet zijn eigen normen in acht nemen.

In België schrijft het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) minimaal 2,5mm2 voor voor contactdozen en voedingskabels binnen (of meer, zie producten in kwestie, maar zeker niet minder) en 1,5mm2 voor verlichtingsarmaturen.

Voor het voorbeeld hierna moet de minimumsectie van de Franse norm worden aangepast van 1,5mm2 naar 2,5mm2.



B)

Bij een DUO-toestel moeten er op het elektrisch bord 3 aparte voedingskabels worden voorzien

X één voor de buitenunit

X één voor de elektrische steunverwarming in de hydraulische binnenmodule

X één voor de elektrische steunverwarming in het warmwaterreservoir

Zoals u op bovenstaande tekening kunt zien, is de hydraulische module rechtstreeks elektrisch aangesloten op de buitenunit.

-> De apparaten zonder SWW-productie hebben gewoon één leiding minder (die van de elektrische steunverwarming van het warmwaterreservoir)

C)

Ongeacht het type warmtepomp moet er een stabiele stroomvoorziening 230V of 400V (driefasig model) worden voorzien en moet de installatie uitgerust zijn met een differentieelschakelaar van 30mA.

Let op bij installaties waar zeer veel fotovoltaïsche energie aanwezig is in de buurt, de voedingsspanning kan +-10% afwijken maar moet rond 230V blijven.

Een incidentele afwijking mag niet continu worden gebruikt. Dit betekent dat de limiet van 230V of 400V +10% zo min mogelijk mag worden bereikt en zeker niet permanent toelaatbaar is.

Gebruik geen stopcontact voor de elektrische voeding. De WP moet rechtstreeks op het stroomnet worden aangesloten (zonder externe schakelaar) via specifieke kabels die aan het elektrisch bord beschermd zijn door tweepolige stroomonderbrekers voor de warmtepomp, C-curve voor de buitenunit, C-curve voor de elektrische weerstand voor de verwarming en voor het SWW.

De elektrische installatie moet uitgerust zijn met een differentieelschakelaar van 30 mA.

D)

Echte nulleider

Atlantic verwacht dat de warmtepompen zoveel mogelijk van stroom worden voorzien door een elektrische installatie met een echte nulleider. De aansluiting fase-nulleider moet eveneens nauwgezet worden gerespecteerd en mag niet worden omgedraaid.

Publieke netten met 230V/3 genereren op elke fase een spanning die equivalent is aan 230V/wortel3, d.w.z. ongeveer 132V.

Voor dit type netwerk adviseren wij de installatie van een scheidingstransformator, maar dit is niet verplicht.

Het wordt wel verplicht als de machine, eenmaal geïnstalleerd, afwijkingen in de werking vertoont als gevolg van de tweefasige stroomvoorziening.

De spanning van de vierfasige warmtepompen is 3*400V + N

Als het beschikbare net 230V/3 zonder nulleider is en er moet een driefasige WP worden geplaatst, dan moet er een spanningstransformator worden voorzien.

10) Voedingswater SWW-reservoir 

Aansluiting op de sanitaire kring.

De diëlektrische functie wordt verzekerd door flexibele slangen in polyamide vlechtwerk (diëlektrische koppelingen zijn overbodig).

Het is wel verplicht om op de koudwateringang een veiligheidsgroep te plaatsen met een overdrukventiel dat getarreerd is op maximum 7 à 10 bar (volgens de lokale reglementering). Dit ventiel moet worden aangesloten op een afvoer naar de riolering. De veiligheidsgroep moet functioneren volgens de voorschriften van de fabrikant. Er mag zich geen enkele kraan bevinden tussen de veiligheidsgroep en de boiler.

Het is raadzaam een thermostatische mengkraan te plaatsen op de warmwateruitgang.

De DUO-warmtepompen die sanitair warm water produceren zijn uitgerust met een SWW-boiler.

Dit geëmailleerde reservoir bevindt zich onderin de hydraulische module en is beschermd tegen corrosie door het ACI-systeem.

Dit soort bescherming is zeer effectief maar vereist een waterkwaliteit die niet te zacht is (minstens 15°F).

Dit betekent o.a.:

X Zeer hard water mag onthard worden tot 15°f, niet lager!

X Waterontharders voor het water in een geëmailleerd SWW-reservoir mogen niet lager dan 15°f worden afgesteld!

X Evenwichtig water is ideaal.

X Van nature zacht water of water afkomstig van regenwater of van niet-kalkrijke putten is niet compatibel met geëmailleerde reservoirs.

--> Bij deze watertypes moet er een klassieke warmtepomp + apart roestvrijstalen reservoir worden genomen.



C) De installatie

1)

Als alle tips van punt A) & B) werden opgevolgd, kan de WP worden geplaatst en de aansluitingen gemaakt (elektrisch & hydraulisch).

CONTROLEER OF DE SPANNING IN ORDE IS voordat u de stroomonderbreker weer aanzet.

ENKEL de koelleidingen dienen niet te worden aangesloten omdat dit deel uitmaakt van de taken van de technicus tijdens de inbedrijfstelling.

De koelleidingen dienen wel gelegd te zijn en moeten zich tot vlakbij de binnen- en buitenunit bevinden.

Trek niet aan de koelleidingen of knel ze niet, respecteer de maximumlengtes en -hoogteverschillen en creëer geen olietrap (zie foto hieronder).


2)

Vul met water en controleer:

X of er geen lekken zijn

X of de diëlektrische koppelingen, indien nodig, correct zijn geïnstalleerd

X of de veiligheidsgroep aanwezig is + een eventueel expansievat op het sanitair gedeelte

3) 

Vermijd sanitaire kringen aangezien dit leidt tot overmatig energieverbruik.

4)

Isoleer zoveel mogelijk de sanitaire en verwarmingsleidingen.

Als de WP bestemd is voor een installatie waarbij condensatie op de waterleidingen kan voorkomen, isoleer deze dan met het geschikte materiaal.

5)

Sluit de verschillende kits die op de machine kunnen worden gemonteerd elektrisch aan.

6)

Vraag de inbedrijfstelling aan (graag 2 weken op voorhand).


D) Hulp bij de inbedrijfstelling

In deze fase stuurt Atlantic u een document dat moet worden ingevuld om vast te stellen dat de installatie volledig in orde is.

Als u met bepaalde apparatuur heeft gewerkt (warmwaterbereider van een ander merk, radiatoren die niet van Atlantic zijn, ...), bezorg ons dan eveneens de technische fiches van deze producten.

Zorg ervoor dat u klaar bent en aanwezig bij de inbedrijfstelling. Er zal u bij het voltooien van de installatie ook worden gevraagd om schriftelijk te bevestigen dat alles in orde is.

 

E) Onderhoudscontracten

Een apparaat dat regelmatig wordt onderhouden, raakt minder snel defect!

Een warmtepomp behoeft een jaarlijks onderhoud!

Atlantic Belgium kan u interessante onderhoudscontracten voorstellen zodat u op uw twee oren kunt slapen. Contacteer onze servicedienst voor meer informatie!